JDC

SUBTITLE

Home©JDC

Koning Leopold II
"Roi des Belges...et des Belles"
...maar vooral "le Roi bâtisseur" (de bouwer)

Leopold II (1835 - 1909) 2de koning der Belgen
Zoon van Leopold I en Louise-Marie d'Orléans.
Gehuwd in 1853 met Maria-Hendrika von Habsburg-Lotharingen (1836 - 1902), keizerlijke prinses, aartshertogin van Oostenrijk, koninklijke prinses van Hongarije en Bohemien, dochter van de Oostenrijkse aartshertog Jozef (1776-1847) en hertogin Marie-Dorothee van Wurtemberg (1797-1855)

Huwelijk op 22 augustus 1853 te Brussel.
Burgerlijk in de grote zaal van het Koninklijk Paleis, door burgemeester Charles de Brouckere en door de aartsbischop van Mechelen in de St-Gudulakerk.
Het is een publiek geheim dat de sfeer in het jong gezin niet schitterend is.
De charmante jonge hertogin wordt unaniem geapprecieerd, ze is elegant en briljant.

Als koningin, zal ze later haar intrek nemen in de koninklijke villa te Spa (rond 1895).

Kledij van de koninklijke koetsiers

KLIK

 
Allebei werden begraven in de krypte van de O.L. Vrouwkerk te Laken.

Kinderen.
(a) Louis-Philippe-Leopold  (1833 - 1834),

(b) Leopold-Ferdinand-Elie  (1859 - 1868), Graaf van Henegouwen.

(c) Louise (1858 - 1924), prinses van België, prinses van Saksen-Coburg-Gotha, hertogin in Saksen,  huwt in 1875 met Filip, prins von Sachsen-Coburg-Gotha (1844 - 1921) (zoon van een neef van Leopold I en Clementine d'Orléans, zus van koningin Louise-Marie).  Scheiding in 1906.
2 kinderen : Leopold, prins von Sachsen-Coburg-Gotha (1879 - 1899) overleed op z'n 21ste aan de gevolgen van een revolverschoot in de wang.
Dorothea "Dora" (1881 - 1967), toekomstige hertogin Ernst van Sleeswijk-Holstein.
Louise was amper 17 wanneer ze huwt met Filip, veertien jaar ouder.  Het huwelijk is een maat voor niets, Filip is jaloers en autoritair, maar Louise geniet van het leven.
Ze begon een verhouding met baron Nicolas Döry de Jobahasa, vleugeladjudant van haar echtgenoot.  Het lichtzinnige gedrag van haar dochter is een zware ontgoocheling voor koningin Maria-Hendrika.
Later ontmoet Louise luitenant Geza von Mattanich, een Kroatisch ulaan.
Het schandaalkoppel is jarenlang het onderwerp van de roddels aan de Europese hoven.  Louise laat haar man in de steek en vlucht met Mattanich naar Nice.  Er komt een duel met Filip, die gewond geraakt.
De machtige Filip laat Mattanich aanhouden, die beschuldigd wordt van schriftvervalsing.
Degradatie, verlies van zijn adellijke titels en zes jaar cel luidt het vonnis.
Filip laat zijn overspellige vrouw opsluiten in een cel van de kliniek van Döbling (nabij Dresden), waar ze ontvlucht in 1904. 
Een paar jaren later werd graaf Mattanich genade verleend en in zijn eer hersteld.  In 1914, terwijl Louise in Wenen was, brak W O I uit.  Ze vluchtte naar München.  Graaf Mattanich zat gevangen te Budapest, waar Louise hem zou opzoeken.
Hij stierf in 1923.

(d) Stephanie (kasteel Laken 1864 - Hongarije 1945), prinses van België, prinses van Saksen-Coburg-Gotha, hertogin in Saksen. 
1ste huwelijk in 1881 met Rudolf (1858 - Mayerling 1889), kroonprins, keizerlijke prins en aartshertog, koninklijke prins van Hongarije en Bohemien,   zoon van Franz-Jozef, keizer van Oostenrijk en Elisabeth von Bayern "Sissi" (1837 - 1898).
Eén dochter : aartshertogin Elisabeth-Maria , bijgenaamd "Erzsi", huwt in 1902 te Wenen met prins Otto von Windisch-Graetz (1873-1952). 2de huwelijk met Leopold Petznek (1881-1956).
In 1889 was ze weduwe, na het drama in het jachtpaviljoen te Mayerling.
2de huwelijk in 1900 (met toestemming van keizer Frans-Jozef) , met graaf (later prins) Elemer Lonyay de Nagy-Lonya et Vasaros-Nameny (1863 - 1946), hongaars diplomaat.  Door haar tweede huwelijk werd ze verstoten door haar vader en schoonvader.  Leopold II kon deze mesalliance allerminst waarderen.  Hij ontnam zijn dochter haar titel van koninklijke hoogheid, trok haar jaargeld in en verbod haar nog langer te corresponderen met haar zus Clementine.
 

Clementine (kasteel Laken 1892 - Nice 1955) ), prinses van België, prinses van Saksen-Coburg-Gotha, hertogin in Saksen, prinses Napoleon.
Ze wordt verliefd op haar neef, kroonprins Boudewijn, maar de liefde is niet wederkerig.  In 1896 is koning Leopold II van plan zijn dochter te huwen met een Duitse prins, Rupprecht von Bayern, maar zal uiteindelijk het idee opgeven.
De prinses heeft een bijzondere relatie met baron Auguste Goffinet, maar die zal platonisch blijven.

In 1904 maakt  Victor, prins Napoleon (1862 - 1926),  hoofd van het Frans keizerlijk huis in ballingschap, Clementine het hof.  Ze spreken over de toekomst. Ze is 31.
Leopold II weigert het huwelijk uit vrees de goede relaties met Frankrijk te schenden.  Clementine is bereid zich niet te laten doen. Toch zal ze het huwelijk ontzien.
In 1909, na de dood van de koning kan Clementine eindelijk aan haar huwelijk denken.  
Het heeft plaats in Moncalieri (It.) in November 1910.  Het zal gelukkig en langdurig zijn.  
2 kinderen :  Louis-Napoleon, prins Napoleon (1914), hij huwde met Alix de Foresta (1926),
Clotilde Napoleon, prinses Napoleon (1912), huwde met graaf Serge de Witt (1891 - 1990)..

De veroveringen van koning Leopold II
De lijst is lang !
De danseres Cleopatra de Merode, maar er zijn er zoveel anderen : de mooie meisjes in het kuuroord Wiesbaden, Marguerite d'Estève te Brussel, Emilienne d'Alençon te Parijs, de verrukelijke Clara Vard.  De jonge schone van de Belle Epoque, La Belle Otero, verbleef in Oostende.

De "vaste" relatie van de koning
In 1900 huurt de koning de 1ste verdieping van het hotel l'Elysee Palace in Parijs.  Drie verdiepingen hoger slaapt Blanche, Zelia Delacroix, Française, te Bucarest geboren in 1883.
Ze is zeventien en verblijft er met haar minnaar, Antoine Durrieux, een half mislukte mooiprater.
Blanche breekt met Durrieux en gaat kuren te Badgastein met de man die ze voor de koning van Zweden aanziet.  Als de koning te Brussel verblijft komt ze hem elke week opzoeken.
Ze bezet het hotel Bellevue, via een achterdeurtje kan ze het Palmenpaviljoen van het paleis in.
Samen gaan ze vaak naar Oostende en Luchon.
Na de dood van de koningin in 1902 begint het rijk van Blanche.
De koning besteed ongelooflijk veel geld aan zijn jonge geliefde die hij "très belle" noemt.
Hij koopt voor haar een adellijke titel.  De barones de Vaughan wordt moeder van twee zonen, Lucien en Philippe (Delacroix), de oudste is graaf van Tervuren, zijn peter is dokter Lucien Thiriar, neef van de lijfarts van de koning.  De jongste zoon is graaf van Ravenstein. Ze zijn allebei in St-Jean-Cap-Ferrat geboren (Zuid Frankrijk).
De koning schenkt Blanche het kasteel Ballincourt, nabij Parijs en het domein Mont-Boron, nabij Nice.
De koning bouwt verscheidene villa's in het zuiden van Frankrijk : "Les Cèdres" "Leopolda" "Saint-Second". In 1909 was St-Jean-Cap-Ferrat bijna helemaal eigendom van de Belgische staat.
De vier villa's "La Banana" "La Boma" "La Matadi" "La Mauresque" stelt hij ter beschikking van officieren die terugkeren uit Congo.
Na het overlijden van de koning, bleven al die woningen eigendom van de kroon.

Tijdens W O I, stelde koning Albert I "Les Cèdres" en "Leopolda" ter beschikking als militair hospitaal, 1328 militairen verbleven er.



Als Leopold sterft moet Blanche als een dief in de nacht uit Laken vertrekken.  Het overhaast, op zijn sterfbed afgesloten kerkelijk huwelijk kan daar niets aan veranderen.
Een jaar na het overlijden van Leopold II treed Blanche in het huwelijk met Antoine Durrieux, nu 50.
Blanche, helemaal berooid, krijgt een maandelijkse rente van 3.000 fr van prins Karel voor de rest van haar leven.  Ze overlijdt in 1948.
Philippe Durrieux (1907) , graaf van Ravenstein, overlijdt in 1914 aan tyfus.  Lucien Durrieux, graaf van Tervueren, na het oefenen van verscheidene beroepen, vestigt zich als hotelier in't Baskenland.  Hij huwt met Lucie de Manduteguy.  Ze hebben geen kinderen.
In 1936, in financiële moeilijkheden, zoekt Lucien contact met de Belgische koninklijke familie.  In opdracht van koning Albert I krijgt hij, via de Belgische consul in Bayonne, 25.000 fr

.De koning en de kolonie
Reeds onder Leopold I werden er verscheiddene pogingen gedaan om een kolonie voor België te vinden.  O.a. op de eilanden Feroë, de Antillen, Nieuw-Zeeland, de Filipijnen , Guatemala, Guinea, Abyssinië, ze mislukten.
Koning Leopold II had meer geluk.  Hij ondertekende een contract met de Brit H.M. Stanley en het "Comité d'Etudes du Haut-Congo" werd gesticht.  De koning stichtte stiekem de "Association Internationale du Congo", waarvan de rechten op de kolonie in 1884 officieel werden erkend.
Het bestaan van de Congolese Staat was dus aanvaardt, met Leopold II als vorst.

De Kamer aanvaarde zonder enthousiasme een resolutie waarmee ze Leopold II toeliet het Staatshoofd van Congo te zijn.

In 1890 liet de koning per testament Congo aan België na.
In November 1908 werd Congo een Belgische kolonie.


Naar Kroniek van 100 Jaar Europese Koningshuizen, Jan Van Den Berghe, Globe, 1999.
Tien Prinsessen, Henri Van Daele en Patrick Weber, uitg. Lannoo, 2002.
150 Ans d'Expansion et de Colonisation, Georges H. Dumont, Ed. Paul Legrain, 1980.
De kinderen van de Koning, Reinout Goddyn, The House of Books, 2002.