DIVERSE

JDC

Vissersverleden


Maurice MUSIN

 

 

Geschiedenis

De hoofdbedrijvigheid te De Panne,  voor de 1ste W O, was de visvangst.
.
Onder de Oostenrijkse regering wordt de visserij aangemoedigd.  Nieuwpoort, Oostende, Duinkerke zij de centra waar deze visserij op grote schaal beoefend wordt.


Om de eeuwwisseling hadden zowat 100 vissersboten De Panne als thuishaven.  Vanaf 1869 vertrokken tal van IJslandvaarders vanuit Veurne per trein naar Duinkerke -voordien : te voet !- om in te schepen op houten "galetten" (zeilschepen met een lengte van 19 à 23 m, met 23 man aan boord, die hoofdzakelijk visten op kabeljauw - de naam zou van "goëlette" komen).
Ze bleven 6 maanden op zee, van april tot september.  De reizen waren bar en vol risico's.  Voor vele jonge mannen was het de enige manier om aan de bittere armoede te ontsnappen.  Alhoewel er niet veel rijkdom te rapen viel in de IJslandse wateren.

Rond IJsland is het nog volop winter en daarom blijven ze de eerste 2 maanden aan de zuidkust.  De kabeljauw wordt gezocht en het duurt soms dagen voor ze boven een school varen.  In de nabijheid van de baaien liggen de beste visgebieden, maar het zijn de gevaarlijkste.  Klippen en riffen bedreigen de ranke zeilschepen.

Het tempo waarin de kabeljauw gevangen wordt is erg verschillend.  het vissen wordt enkel onderbroken om te schuilen bij de verraderlijke stormen die 10 tot 14 dagen kunnen aanhouden.
Van Juni tot halfweg Juli leert men de pooldag kennen.  De zon gaat niet meer onder en er wordt dag en nacht gevist.  Als er geen zout meer is om de vis te pekelen wordt de terugreis aangevat.
De stormen op IJsland eisen soms een vreselijke tol.  In 1888 vergaan 19 schepen met 165 vissers.

De vissersvrouwen kregen een voorschot van ongeveer 300 fr op het loon bij het vertrek van hun mannen.  Bij een goede vangst kwam daar nog ens hetzelfde bij, vielen de vangsten tegen, dan dienden de dompelaars het te veel aan de reder terug te betalen.  Volgens oude loonbriefjes weet men dat de periode 1890-1897 magere vangsten opleverde.
Een roggebrood kostte toen 30 centiem, een poester (stalknecht bij de boer) verdiende 1 f/dag, een onderwijzer 1000 fr/jaar.
De vrouwen en oudste zonen van de IJslandvaarders vulden dit inkomen aan met het verbouwen van rogge en aardappelen op de Pannese "akkers".
De duinengrond was eigendom van enkele grootgrondbezitters.
Meestal hadden de IJslandvaarders een groot gezin te onderhouden. Telkens de visser in September weer thuis was van zijn barre reis, was er een mondje meer aan tafel.

Sommige durvers leefden van een nog gevaarlijker beroep : de smokkel naar Frankrijk.

Een paar bekende vissersfiguren
Pieter Decreton (1853-1939), bijnaam Pier Kloeffe (naar de cafe uitgebaat door zijn ouders, langs de weg De Panne-Veurne).  9 IJslandreizen.
Gust Tahon   11 IJslandreizen, de 1ste in 1890.
Pieter Annijs               "                           1893.
Alfons Visage, bijnaam Ratje, 8 IJslandreizen, de 1ste in 1895.
Sissen Walraeve  4 IJslandreizen, de 1ste in 1897.
August Rijssen, bijnaam Gusten Steur, 6 IJlandreizen, de 1ste in 1898.
Vital Goderis  6 IJslandreizen, de 1ste in 1901.
Lowie Lycke  2 IJslandreizen, de 1ste in 1901.
Juul Schoolaert, bijnaam 't Ministertje, 8 IJslandreizen, de 1ste in 1882.
"Kootje" Maes (1855-1925).
Pieter Blonde (1814-1904).  Visser en later kapitein van de reddingsboot (17 eretekens).
Op latere leeftijd werd Pieter in dienst genomen door de familie Calmeyn, waar hij allerhande karweitjes deed.

"La Parmentiere" , een visserswoning geweest.

.
Pannepot

De Vlaamse vissers tijdens WO II
In mei 1940 telt de vissersvloot 450 boten. Op 17 mei horen de vissers door de radio, dat ze allemaal naar Engeland moeten uitwijken.
Op 18 mei begint de grote uittocht. Twee mailboten, de Prins Karel en de Prinses Marie-José, voeren vluchtelingen naar Engeland, alsook de lichtschepen De Wandelaar en de Westhinder. Ze worden door vliegtiogen aangevallen.
Veel boten geraken betrokken bij de evacuatie van de Britten (operatie Dynamo - zie hoofdstuk 40/45), ook zij worden aangevallen door de Stuka's en belaagd door ronddrijvende mijnen.
In mei '40 worden schippers van bij ons onderscheiden op Buckingham Palace met het Victoria Cross.(de gebroeders Lusyne en M. Coppyn). Andere schippers kregen Franse eretekens.

Meer in "Onder Vuur", Wilfried Pauwels, uitg. De Klaproos. .

 

Bijgeloof

Albatros
Sinds onheugelijke tijden beschouwen zeelui het doden van een albatros als het afroepen van ongeluk over het schip en zijn bemanning.
Er is ook een andere verklaring. Het gerucht gaat dat de assistent van de navigator van de "Titanic" luisterde naar de naam "Albert Ross". Het zou enkele decenia later niet ongebruikelijk zijn om na een scheepsramp te zeggen "het was een Albert Ross". Verwarring tussen de naam van de assistent en die van de zeevogel ?
Maar er waren vroeger schijnbaar ook zeelui die de albatros niet vreesden : het vel tussen de tenen van de vogel werd vaak gebruikt om tabakzakken van te maken.

Anker
Dit onmisbare stuk staat in de beleving van vele zeelieden voor hoop en een behouden thuiskomst. Het komt dan ook veelvuldig voor als tatoeage, in houtsnijwerk en op wapenschilden. Toch mag een anker als decoratie niet ondersteboven hangen, omdat het geluk er uit loopt.

Bezem
Een bezem in de top van de mast hijsen brengt een gunstige wind. Men kan hem ook op het dek leggen, met de steel in de richting waarvan de wind moet komen. Een bezem in het water houden doet regenen. Wordt hij verbrand komt er storm.

Boegbeelden
In de oudheid hadden de boegbeelden meerdere functies. Het was een manier om de welgesteldheid van de eigenaar tot uitdrukking te brengen. Daarnaast was het boegbeeld een uitdrukking van de bezieling van het schip. Schepen werden beschouwd als levende wezens.

De dood
Iedere kapitein vreesde het overlijden van een bemanningslid op zee. Men geloofde namelijk dat de ziel van de overledene het schip als laatste rustplaats zou kiezen en uiteindelijk iedereen met zich mee de dood in zou nemen.

Heksen
Boosaardig als heksen zijn, lieten ze voor de lol schepen vergaan in vreselijke stormen. In 1716 werden twee vrouwen gearresteerd omdat ze hun voeten in het water hielden : volgens de autoriteiten duidelijk een poging tot het opwekken van storm !

De duivel
Op een schip mag nooit over de duivel gesproken worden. Dat zou zijn aandacht kunnen trekken ("Als je over de duivel spreekt, trap je over zijn staart"), met vreselijke gevolgen.
Daarom gebruiken engelstalige zeelui "Davy Jones" om de ongenoemde mee te benoemen. Nederlandse zeelui spraken van "Joost".

Kat
Vroeger zag men katten als heksen, en de heksen maken storm, dus verdween de kat gauw over boord wanneer ze ontdekt werd.
Voor de Persen en de oude Egyptenaren was de kat een godheid die geluk bracht tijdens de reis.
In de klassieke oudheid was de kat nuttig om aan boord te hebben omdat ze het weer kan voorspellen.

Priester
In de oudheid was het ongehoord zonder priester aan boord uit te varen. In de 17de eeuw was het toch ongewenst : waar hij eerst nodig was om de zeegoden te overreden het schip te sparen, werd hij later aanzien als iemand die te veel met de doden omging.

Ratten
Ratten werden aan boord als een gunstig voorteken beschouwd. Ze konden het weer voorspellen. Pas wanneer de ratten het schip verlieten diende men zich zorgen te gaan maken.

Vrouwen
Op weg naar het schip, klaar om weg te zeilen, een vrouw tegenkomen met een wit kapje of op blote voeten brengt ongeluk. Een vrouw aan boord van een vissersschuit of een marineschip zou een garantie voor rampen zijn.
Maar een naakte vrouw aan boord was ideaal om de wind te kalmeren ! Zwangere vrouwen konden nooit kwaad.

Fluiten
Als je op een schip fluit, nodig je de wind uit om een storm aan te wakkeren.

Bronnen
"Duinengalm"
"De Panne van Toen", Freddy Rigaux.
"De Panne", Jacques Bauwens en Patrick Gevaert

OVEREENKOMSTEN TUSSEN VROUWEN EN SCHEPEN
Uit het contactblad "Pannepot P.1" - maart 2008

Ze kosten je handen vol geld
Je moet met liefde met ze omgaan
Zijn soms moeilijk in de omgang
Ze zijn soms onhandelbaar
Je moet ze onder de duim houden
Je kunt met ze pronken
Hard van stapel lopen